)

14 november 2017

Maak het verschil voor de patiënt

Johan Vos is Manager Product Marketing bij VANAD Enovation en bestuurslid van de vereniging van Organisaties voor ICT in de Zorg (OIZ). Maandelijks schrijft hij zijn opinie over ICT in de zorg. Dit keer over de patiënt inzicht geven in zijn of haar gezondheidsdossier.

Het is mogelijk om de patiënt toegang te geven tot zijn of haar eigen medische gegevens. En het kan ook snel werkelijkheid worden. Hoe? Simpel, door het te stimuleren!

Patiënten en cliënten zullen niet op grote schaal gaan betalen voor inzicht in de zelfgemeten gegevens of voor hun eigen dossier bij zorgverleners. Ook IT-leveranciers zullen niet zondermeer de portemonnee trekken, zeker niet met de huidige slechte businesscase voor een persoonlijke gezondheidsomgeving (pgo). Hoe gaan we er dan toch voor zorgen dat elke Nederlander de beschikking krijgt over een eigen pgo? Om te beginnen met goed beleid vanuit VWS. Maar beleid alleen is niet voldoende.

Money talks
De oplossing ligt ’m in het geld. Waarom gebruiken zorgverleners nu massaal epd/ecd’s? Simpel, er was behoefte aan en IT leveranciers dachten daaraan te kunnen verdienen. De zorgsector was blij met de nieuwe mogelijkheden en de leveranciers met de business die het opleverde. Daar is niets mis mee. Zo werkt het nu eenmaal. Zeker in de zorg, die toch al geen normale markt is. Deal with it.

Een win-winsituatie is de meest gezonde businesscase, zowel voor zorgorganisaties als voor leveranciers. Het geeft de meeste garantie op intrinsieke motivatie en investeringen in doorontwikkeling. Juist dit principe mist nog als het de patiënt betreft. Hoe lang nog?

Stimuleringsprogramma’s
Als je een substantiële verandering wilt bewerkstelligen, zoals 80 procent van de chronisch zieken direct toegang geven tot bepaalde medische gegevens, dan is een stimuleringsprogramma de oplossing. Stimuleringsprogramma’s zijn veruit het meest effectieve middel gebleken om de zorg-ict vooruit te krijgen.

Voorbeelden te over. Neem het VIPP-programma (Versnelling informatie-uitwisseling Patiënt en Professional) van de ziekenhuizen en VWS met een subsidiebedrag van 105 miljoen euro. Opeens zijn alle ziekenhuizen hier druk mee bezig en zal het beschikbaar maken van gegevens aan de patiënt wel van de grond komen. Net zoals een aantal jaren geleden bij de introductie van ketenzorg in de eerste lijn. Bijna alle huisartsen zijn toen keteninformatiesystemen gaan gebruiken, omdat ze anders deze nieuwe vorm van zorg niet konden leveren en declareren.

Niet alleen in de Nederlandse zorg is een stimuleringsprogramma een beproefd recept, ook over de grens zijn voorbeelden te vinden. Het beste voorbeeld is het Amerikaanse Meaningful Use programma om het gebruik van epd’s te bevorderen. Dat heeft gewerkt, en hoe! Daar plukt men nu nog de vruchten van wat betreft uitwisseling, standaardisatie en patiënt empowerment.

Revolutie op komst
Medio dit jaar is het MedMij-programma van VWS, ZN en NPCF gestart dat in kaart gaat brengen waaraan pgo’s moeten voldoen. Koppel hier een stimuleringsprogramma aan, want daarmee ontstaat een uitgelezen kans om er net zo’n succes van te maken als Meaningful Use in de VS. Een beoogde financieringsregeling – betaald door de zorgverzekeraars en/of VWS – voor de pgo voor iedere Nederlander is in mijn ogen dan ook hét meest revolutionaire aan MedMij. Het is spannend of en in welke vorm deze regeling er komt. De voortekenen zijn goed en hiermee wordt de businesscase van een pgo in één keer positief en aantrekkelijk voor leveranciers.

In het verleden behaalde resultaten zijn geen garantie voor de toekomst maar, let op mijn woorden, een pgo-stimuleringsprogramma gaat echt het verschil maken voor de patiënt in Nederland.